Zoeken

Augustijnenabdij te Zonnebeke en de Benedictinessenabdij van de Nonnebossen

De kasteelhoeve omstreeks 1900De Augustijnenabdij was een grote abdij van de Reguliere Kanunniken van de Orde van St.-Augustinus. Via een oorkonde van de bisschop Drogo van Terwaan en op verzoek van Fulpoldus, de heer van Rollegem, werd een kapittel gesticht van drie kanunniken verbonden aan de plaatselijke O.L.Vrouwkerk. In 1142 werd het kapittel omgevormd tot abdij, die samenwilden leven in de gemeenschap volgens de 'Regel van Augustinus', gebaseerd op armoede en discipline. Tussen 1143 en 1300 verwierf de abdij honderden hectare onroerend erfgoed (van het Noorden van Frankrijk tot aan de Kust). Ongeveer de helft werd eigendom van de abdij van Zonnebeke. Tot de Franse Revolutie woonden er hier kloosterlingen. De abdij werd opgeheven door de wet van 15 september 1796 en in 1797 werden de gebouwen en gronden verkocht. Nadien werd er systematisch verbouwd en afgebroken in functie van het kasteel en het park. Het werd onder meer het herenverblijf van de familie de Laveleye en later aan de familie Iweins. Op haar hoogtepunt had de abdij ruim 5.000 m² aan gebouwen. Tot de vernieling van 1917 bleven twee gebouwen over. De ruïnes van de tot kasteel verbouwde abtswoning en het neerhof met tuin. 

De Abdij van de Nonnebossche, een vrouwenklooster van de Orde van St.-Benedictus, ontstond waarschijnlijk in 1101. Het klooster bleef bestaan tot aan de Geuzenberoerten. In 1583 werd het naar Ieper overgebracht.